De provincie Zuid-Holland staat voor een grote uitdaging: veel ambities op een beperkte hoeveelheid ruimte. Wonen, werken, natuur, landbouw en energieopwekking vragen allemaal om plek in de dichtstbevolkte provincie van Nederland. Daarom heeft het college van Gedeputeerde Staten nieuw Omgevingsbeleid vastgesteld, met duidelijke en soms ingrijpende keuzes over wat waar wel en niet kan.
Zorgvuldige keuzes in een volle provincie
Het nieuwe Omgevingsbeleid is tot stand gekomen in nauwe samenspraak met gemeenten, bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Op het voorstel dat in november ter inzage is gelegd zijn ruim 800 zienswijzen binnengekomen. Die zijn van een antwoord voorzien en waar mogelijk verwerkt in het definitieve voorstel dat nu is vastgesteld door Gedeputeerde Staten.
Gedeputeerde Arno Bonte, verantwoordelijk voor de coördinatie van het Omgevingsbeleid, blikt terug en vooruit: “We hebben zoveel mogelijk recht proberen te doen aan alle zienswijzen, in de wetenschap dat we nooit iedereen helemaal tevreden kunnen stellen. In de afgelopen 50 jaar is het stedelijk gebied in Zuid-Holland verdubbeld en het landelijk gebied gehalveerd. Die ontwikkeling roepen we nu een halt toe. We gaan het groene tussengebied beter beschermen in het belang van de leefbaarheid in de steden en dorpen. Niet alles kan meer. We geven de voorrang aan kwaliteit boven kwantiteit”.
Beschermen én benutten: focus op brede welvaart
De stevige bescherming van de onbebouwde omgeving is de grootste wijziging in het Omgevingsbeleid. Grootschalige uitbreidingen buiten bestaand bebouwd gebied worden in principe uitgesloten. Wel wordt er op verzoek van vooral kleinere gemeenten ruimte geboden voor beperkte groei wanneer gemeenten of dorpskernen willen vitaliseren. Denk aan een extra straatje en bedrijfje erbij. Daarbij wordt wel een minimale bebouwingsdichtheid van 33 woningen per hectare opgenomen in de regels, om zorgvuldig en efficiënt met de beschikbare ruimte om te gaan. Een andere belangrijke toevoeging in het nieuwe beleid is het uitgangspunt van brede welvaart. Dat betekent aandacht voor de kwaliteit van leven, nu en in de toekomst.
Windenergie en aanpassingen na zienswijzen
Het merendeel van de ontvangen zienswijzen had betrekking op de windopgave. In reactie daarop is een nieuwe plaatsingsvisie voor windenergie opgesteld, zijn zoekgebieden aangepast en is het aantal primaire zoekgebieden teruggebracht.
Na overleg met de regio’s Midden-Holland en Holland Rijnland is het aantal primaire zoekgebieden teruggebracht van negen naar drie. In beide regio’s wordt gewerkt aan een plan om meer zonne-energie lokaal op te wekken, waardoor er minder windmolens nodig zijn. Op verzoek van Midden-Holland is een strook langs de A12 toegevoegd aan een zoekgebied voor windmolens. Ook zijn de mogelijkheden voor kleine windturbines op boerenerven verruimd.
Tegelijkertijd wordt het groenblauwe netwerk beter beschermd door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de instandhouding en waar mogelijk verbetering van de ecologische, recreatieve en landschappelijke waarden. Verder komt er meer ruimte voor weidevogels. In de omgevingsverordening worden kansrijke weidevogelgebieden toegevoegd. Deze moeten beschermd worden om verdere achteruitgang van weidevogelpopulaties te voorkomen en herstel te bevorderen.
Vervolg: behandeling door Provinciale Staten
Nu is het aan Provinciale Staten om zich over de herziening te buigen. De planning is als volgt:
10 april – Hoorzitting over de herziening van het omgevingsbeleid
13 mei – Bespreking in de Statencommissie Ruimte en Milieu
3 juni – Geplande vaststelling in Provinciale Staten
Met deze Herziening zet Zuid-Holland een volgende stap in het zorgvuldig afwegen van ambities binnen de beperkte ruimte van de provincie. Het nieuwe beleid moet zorgen voor een toekomstbestendige balans tussen wonen, werken, natuur, landbouw en energieopwekking. Lees meer over de Herziening 2025.

14.7 ℃













